Er was eens...
Al ruim twintig jaar houd ik me bezig met één terugkerende vraag: hoe kunnen we de geestelijke gezondheidszorg zo organiseren dat er ruimte blijft voor een goede behandelrelatie? Die vraag loopt als een rode draad door mijn werk als GZ-psycholoog, onderzoeker, docent en schrijver.
Mijn eerste ervaringen in de ggz deed ik op tijdens vrijwilligerswerk in preventie en psychosociale zorg, naast mijn studie psychologie. Ook werkte ik in die jaren in de verslavingszorg, ambulante begeleiding, kinderopvang, thuiszorg, maatschappelijke opvang en de gehandicaptenzorg. Die brede basis vormt nog altijd mijn blik op de geestelijke gezondheidszorg. Met een kind met autisme in een chaotisch, overprikkelend zwembad staan is anders dan lezen over hoe “het autistische brein” werkt. ’s Nachts wakker blijven met iemand die geen huis heeft, verandert je kijk op kansenongelijkheid en trauma voor altijd. En niemand kan zo goed vertellen over de zin (en onzin) van het leven als een oudere wiens keuken je eigenlijk schoon hoort te maken. Alles is context, alles is relaties, alles is klein en groot tegelijk. En alles vraagt maatwerk.
Altijd meerdere rollen - en dat werkt
Naast deze ervaringen in de zorg had ik ook interesse in onderzoek. Ik werkte als onderzoeksassistent op verschillende kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksprojecten aan de Universiteit Utrecht en volgde een minor Methoden en Statistiek. Voor mijn bachelorscriptie verzamelde ik interculturele data aan de National University of Singapore om te kijken of tieners in Nederland (individualistisch) en Singepore (collectivistisch) anders met vriendschap omgaan (spoiler alert: dat doen ze niet. Tieners wereldwijd gedragen zich massaal collectivistisch tijdens deze leeftijdsfase en plaatsen vriendschap boven – bijna – alles. Niet heel verrassend. Achteraf). Ik behaalde zowel mijn bachelor als master cum laude; mijn masterscriptie over zingeving werd genomineerd voor de universiteitsbrede scriptieprijs.
Na mijn opleiding vond ik snel een baan in een fijne praktijk, waar ook de vervolgopleiding tot GZ-psycholoog kon volgen. Ik ben altijd een generalist in hart en nieren gebleven.
Sinds 2014 combineer ik mijn eigen praktijk met samenwerkingen in de basis- en specialistische ggz, de langdurige zorg, de revalidatie en de jeugdzorg.Die verschillende werkplekken hebben me niet alleen veel geleerd over uiteenlopende patiëntgroepen, maar ook over de organisatie van de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg.
In behandelingen werk ik niet vanuit één vaste methode, maar vanuit de vraag wat iemand nodig heeft. Afhankelijk van de hulpvraag en de persoon maak ik gebruik van onder andere cognitieve gedragstherapie, ACT, interpersoonlijke therapie, schematherapie, EMDR, narratieve therapie en oplossingsgerichte technieken. En ik leer altijd graag bij.
De vragen die ik in de behandelkamer tegenkom, vormen het vertrekpunt voor mijn onderzoek. Sinds 2019 ben ik als promovendus verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek.
In mijn promotieonderzoek onderzoek ik hoe marktwerking en bureaucratie de behandelrelatie in de ggz beïnvloeden. Voor mij zijn praktijk en wetenschap geen gescheiden werelden: ervaringen uit de dagelijkse praktijk roepen onderzoeksvragen op, terwijl wetenschappelijk onderzoek me helpt om mijn werk als behandelaar steeds opnieuw aan te scherpen.
Naast mijn werk als behandelaar en onderzoeker draag ik bovendien graag bij aan het onderwijs en het publieke debat over psychologie. Ik gaf onderwijs aan bachelor- en masterstudenten psychologie aan de Universiteit Utrecht, was bestuurslid bij het Nederlands Instituut van Psychologen en richtte Psychologie Vandaag op, waar ik sinds 2017 wetenschappelijke kennis toegankelijk maak voor patiënten, naasten en andere geïnteresseerden.
Vandaag gaan we verder
Wat mij in al mijn rollen verbindt, is de overtuiging dat goede geestelijke gezondheidszorg ontstaat in de ontmoeting tussen patiënt en behandelaar. Die ontmoeting is uniek en vaak krachtig, maar ook kwetsbaar. Daarom ben ik niet alleen geïnteresseerd in psychologische behandelingen, maar ook in de omstandigheden die goede zorg mogelijk maken. Ik blijf gefascineerd door de vraag hoe we een geestelijke gezondheidszorg kunnen organiseren waarin zowel patiënten als professionals tot hun recht komen. Ik hoop met mijn werk een bijdrage te leveren aan dat gesprek.